Deze maandag was het dan zo ver. Ik zou naar de o zo beruchte Amerikaanse ambassade gaan in Amsterdam. De verhalen waren al dat het een vrij stressvolle bedoening zou zijn maar dit nam ik natuurlijk net als velen met een korreltje zout. Wat misschien achteraf niet erg slim geweest zou zijn.
Ik ging vanuit school met de trein en de tram vanuit Breukelen naar Amsterdam. Ik keek er een beetje tegen op (vooral de tram, ik heb echt een bloedhekel aan die trams) maar de heenreis ging eigenlijk vrij voorspoedig. Eenmaal bij de ambassade aangekomen begon de stress. Nadat ik in de rij voor de poort van de ambassade kwam en een lieftallige vrouw mij via de intercom toesprak bleek dat ik geen mobiele telefoon mee naar binnen mocht nemen. Dit was vrij vervelend (lees heel erg kut) omdat ik niemand bij mij had om mijn telefoon af te leveren. Gelukkig waren er verschillende moeders van andere high school gangers die aanboden om mijn telefoon bij zich te dragen totdat ik terug kwam.
Goed na ikdus weer die lijn in, poort open, gefoeileerd, leeg pakje peuken die een grapjas op school in mijn muts gedaan had en een pin pas verloren te hebben en weer terug gekregen te hebben van een zeer gespierde neger kwam ik eindelijk aan de beurt om mijn formulieren in te leveren bij de balie. Gelukkig ging dit vrij voorspoedig. Er wordt nog even gevraagd waar in Amerika ik nou precies zou gaan vertoeven maar dit gesprek duurde ook niet langer dan 2 minuten.
Weer terug met de trein en de tram (die zo vol zat dat ik spontaan claustrofobische aanvallen kreeg) en weer met de fiets naar school om mijn tas op te halen. Daarna lekker naar huis.
Een spannende stressvolle dag dus. Gelukkig kan ik er een leuk verhaal aan over houden. Zo zou ik het natuurlijk maar moeten stellen.
Daan